Het hoedenvak daar ben ik per ongeluk in terecht gekomen en wel in Buren tijdens Chapeau voor Buren in 2003.Ik kwam in gesprek met Anoushka Houtsmüller, en zij stelde voor om eens een workshop bij haar te komen doen. Dit moest ik uitstellen omdat ik destijds mijn HBO studie dyslex

iespecialist nog niet had afgerond. Na mijn afstuderen in 2004 de workshop toch gedaan, maar ik was gewaarschuwd! Als je het virus van hoeden maken krijgt, raak je het nooit meer kwijt.
En zij heeft gelijk gehad. Bij Irene van Vugt in Utrecht, heb ik jaren met heel veel plezier les gehad, veel inhoudelijke vakkennis opgedaan en veel hoeden leren maken. Het virus had mij helemaal te pakken. Ik heb mallen overal en nergens gekocht en in huis voor mijzelf een eigen atelier gemaakt en het de naam Beau Chapeau gegeven, omdat een mooie hoed, welke ook, altijd een mens nóg mooier maakt. Het hoeden maken is mijn uitlaatklep en noem het hoeden maken soms ook wel, yoga voor mijn hoofd.
Maar het vak meer bekendheid geven. Niets leuker dan de kennis die je hebt opgedaan aan anderen te vertellen en te kunnen laten zien wat je maakt en wat de mogelijkheden zijn en hoe mooi en veelzijdig het vak hoeden maken is.

Ik maak haar/hoofdversieringen voor ’n bruid, iets moois voor bruidsmoeders, vrolijke headpieces voor (school) gala’s, uitzinnige hoofdversieringen, eenvoudige kerkhoeden, bijzondere mutsen, en hoofdeksels van niet eigen hoedenmateriaal zoals fietsbanden, strotouwtjes, verknipte plastic draagtasjes, niets is eigenlijk te gek. Nog steeds zeg ik het jammer te vinden dat ik het hoedenvak niet 100 jaar eerder heb ontdekt, dan had ik nóg langer van het maken van hoeden kunnen genieten! Het genieten wordt dit jaar extra vergroot met de nominatie van mijn ingezonden wedstrijdhoed!